Toelichting rekenmodel co-ouderschap
Het rekenmodel
Het rekenmodel dat gehanteerd wordt is gebaseerd op de aanbevelingen van de werkgroep alimentatienormen. Om de interpretatie van de uitkomsten te verduidelijken volgt hier een voorbeeld. Stel, de berekening is als volgt:
berekening kosten kinderen bij co-ouderschap
bepalen kosten co-ouderschap:
kosten kinderen volgens Nibudtabel 908
extra woonkosten co-ouderschap 170 +
primaire kosten co-ouderschap 1.078
kinderbijslag 154 +
totale kosten 1.232
berekening bijdrage kosten kinderen obv draagkracht
toerekenen kosten co-ouderschap alimentatieplichtige:
790/(790+145) verhouding primaire kosten 911
af: gelijk aandeel totale kosten - 616
kinderbijslag 77 +
extra bijdrage kosten kinderen bij co-ouderschap 372
toerekenen kosten co-ouderschap alimentatiegerechtigde:
145/(790+145) verhouding primaire kosten 167
af: gelijk aandeel totale kosten - 616
kinderbijslag 77 +
extra bijdrage kosten kinderen bij co-ouderschap - 372
Voor het leesgemak gaan we ervan uit dat de alimentatieplichtige de vader is en alimentatiegerechtigde de moeder. De extra bijdrage van de vader in de kosten kinderen, dus naast de helft van de totale kosten, bedraagt in dit voorbeeld € 372. In bovenstaande berekening wordt ervan uitgegaan dat de kinderen € 1.232 kosten. Omdat de kinderen voor de helft van de tijd bij iedere ouder verblijven wordt verondersteld dat ieder € 616 uitgeeft aan de kinderen, bestaande uit de kosten die beide huishoudens t.b.v. de kinderen maken (zoals wonen, eten, verzorging) en de kosten voor kleding, fiets, school, kinderopvang, verzekeringen, contributies enz. Vanwege de extra bijdrage van vader spendeert deze dus € 616 + € 372 = € 988 aan de kinderen, waarvan € 77 uit de kinderbijslag voldaan wordt. De eigen kosten van de vader ten behoeve van de kinderen bedragen dan € 911. De moeder besteedt € 616 waarvan € 372 uit de extra bijdrage van de vader en € 77 uit de kinderbijslag wordt voldaan = € 167 eigen kosten ten behoeve van de kinderen.
De praktijk
Het model gaat ervan uit dat beide ouders ieder de helft aan kosten maken. Echter in de praktijk zullen beide ouders niet precies evenveel uitgeven. Bepaalde kosten zullen door de ene ouder voldaan worden en andere kosten door de andere ouder. Een andere mogelijk is dat de kosten van een speciale kinderrekening worden betaald. Beide ouders dienen dan een bedrag te storten. Een combinatie is ook mogelijk. Hoe de resultaten van het rekenmodel vertaald kunnen worden naar de praktijk wordt hieronder uitgelegd.
Om te beginnen zullen de dagelijkse kosten voor voeding en wonen doorgaans niet apart te houden zijn van de kosten voor de ouder zelf. Het bedrag voor de (extra) woonkosten is uit het rekenmodel af te lezen. De kosten voor de voeding worden (gelijk aan de omgangskosten) vaak gesteld op € 5 per dag per kind. Een eventueel verschil in aantal dagen dat de kinderen tot het huishouden behoren is zo tevens te verrekenen. Stel dat 2 kinderen drie dagen bij de vader wonen en vier dagen bij de moeder, de dagkosten zouden voor de vader 2x 3x € 5 = € 30 p.w. = € 130 p.m. bedragen en voor de moeder 2x 4x € 5 = € 40 p.w. = € 173 p.m.
Ook kunnen eventuele kosten die de ouders al maken meteen verrekend worden. Indien bijvoorbeeld de ene ouder € 100 betaalt aan sport en de andere ouder € 50 kinderopvang kan dit in mindering gebracht worden. Uit het resterende bedrag dienen dan alle overige kosten voldaan te worden. De resterende kosten zijn te berekenen als de totale kosten (primaire kosten plus de kinderbijslag) min de woon-, dag- en specifieke kosten = 1.232 - 2x170 - 303 - 150 = € 439.
In een schema is dit als volgt samen te vatten (waarbij in het eerste deel de uitkomsten van het rekenmodel staan weergegeven):
totaal vader moeder
Te besteden:
primaire kosten (naar draagkracht) 1.078 911 167
kinderbijslag 154 77 77
totaal 1.232 988 244
Gemaakte kosten:
(extra) woonkosten 340 170 170
dagkosten 303 130 173
specifieke kosten 150 100 50
totaal 793 400 393
Nog te storten/te besteden 439 588 -149
De vader moet nog € 588 op de kinderrekening storten. De moeder zou in dit voorbeeld € 149 van de rekening mogen halen ter bestrijding van de door haar gemaakte kosten. Er is dan nog (588–149=) € 439 bestemd voor de resterende kosten van de kinderen (kleding, verzekeringen, school, vakantie, abonnementen enz.).
Ten slotte
Het tweede deel van het bovenstaand schema, de woon- en dagkosten en de specifieke kosten, kan afhankelijk van de situatie aangepast worden.
Of de vastgestelde kosten van de kinderen volgens de Nibudtabel overeenkomen met de werkelijkheid zal in de praktijk blijken. Indien de resterende kosten niet voldaan kunnen worden uit de nog te storten/te besteden bedragen zullen de uitgaven verlaagd moeten worden of beide ouders zullen extra moeten storten indien hun financiële situatie dit toelaat.