Algemene toelichting berekeningsmethode
Bij bepaling van alimentatie zijn twee zaken van belang:
- wat kan de alimentatieplichtige maximaal betalen
- wat is de behoefte van de alimentatiegerechtigde en eventuele kinderen
De totale alimentatie mag niet uitgaan boven de draagkracht, maar evenmin boven de behoefte. De laagste van de twee bepaalt dus in principe de hoogte van de alimentatie.
De maximale alimentatieruimte wordt bepaald in een alimentatie-draagkrachtberekening.
Een draagkrachtberekening ziet er in grote lijnen als volgt uit:
- Bepaling netto besteedbaar inkomen
Over het bruto inkomen uit werk en woning zoals loon, uitkering of winst en rekening houdend met fiscale aftrekposten (box 1); uit aanmerkelijk belang (box 2) en uit vermogen (box 3) wordt de verschuldigde belasting berekend. Bruto inkomsten min fiscale heffing plus heffingskortingen is het netto besteedbaar inkomen. -
Vaststelling draagkrachtloos inkomen
Dit wordt bepaald door de bijstandsnorm (minimumbedrag voor noodzakelijke kosten van bestaan) plus een aantal aanvullende kosten zoals o.a. woonlasten, aflossing huwelijkse schulden en ziektekosten. -
Bepaling draagkrachtruimte
Het verschil tussen netto besteedbaar inkomen en draagkrachtloos inkomen is de draagkrachtruimte, hiervan is een bepaald deel beschikbaar voor alimentatie (alleenstaanden dienen 60% beschikbaar te stellen, niet-alleenstaanden 45%). De ruimte is in eerste instantie bestemd voor kinderalimentatie, het eventueel resterende bedrag (incl. belastingvoordeel) voor partneralimentatie. -
Berekening belastingvoordeel
Het belastingvoordeel dat de alimentatieplichtige heeft doordat hij alimentatie betaalt wordt toegerekend aan de alimentatiegerechtigde, dit resulteert in een bruto alimentatiebedrag.
De behoefte aan kinderalimentatie wordt, op basis van het netto gezinsinkomen ten tijde van het huwelijk en leeftijden van de kinderen, bepaald aan de hand van de Nibud-tabel “Eigen aandeel in de kosten van kinderen”. Uitgangspunt is dat de levensstandaard van de kinderen niet of zo min mogelijk daalt. Het eigen aandeel kosten kinderen wordt over beide ouders verdeeld naar rato van netto inkomens of draagkracht. Het deel van de niet-verzorgende ouder is dan de behoefte aan kinderalimentatie. Met een draagkrachtberekening zal blijken of de alimentatieplichtige voldoende ruimte heeft om aan deze behoefte te voldoen.
De behoefte aan partneralimentatie wordt in het algemeen bepaald middels een draagkrachtvergelijking. Hierbij wordt duidelijk hoeveel vrij besteedbare ruimte ("jus") beide partijen hebben na het betalen/ontvangen van alimentatie, waarbij eveneens rekening wordt gehouden met andere inkomsten en uitgaven. In het geval dat de alimentatiegerechtigde in een relatief gunstiger financiële positie komt te verkeren dan de alimentatie-plichtige (ofwel als de jus van de alimentatiegerechtigde groter is dan de jus van de alimentatieplichtige) wordt een geoptimaliseerde draagkrachtberekening gemaakt. Hierbij wordt het alimentatiebedrag zodanig verlaagd dat beide partijen een gelijke jus overhouden.