Veel gestelde vragen 

Wat is de procedure?

Na ontvangst van het aanvraagformulier wordt de berekening binnen een week gemaakt en naar het opgegeven e-mailadres verstuurd. De aanvraag moet voorzien zijn van kopieën van recente loonstroken en jaaropgave. Bij een ondernemer is het aan te raden om tenminste een kopie van de laatste jaarrekening en de aangifte IB te verstrekken. Particulieren dienen een machtiging tot automatische incasso te geven of vooruit te betalen. De berekening wordt gebaseerd op de aangeleverde gegevens. Wij controleren deze niet op juistheid en volledigheid. Huijbers’ Administratiekantoor kan daarom niet aansprakelijk gesteld worden voor de resultaten. Voor juridische aspecten rond alimentatie en echtscheiding verwijzen wij naar een advocaat. Alleen de opdrachtgever kan o.b.v. het dossier nog aanvullende berekeningen laten maken tegen het daarvoor geldende tarief.

 

Let op: stuur geen originele stukken mee!

Is de berekening rechtsgeldig?

De berekening wordt gemaakt o.b.v. het Rapport Expertgroep Alimentatienormen van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (tremarapport) waarin normen en richtlijnen staan voor het maken van een alimentatieberekening. De rechtbanken hanteren eveneens deze normen. Een rechter kan wel van bepaalde opgenomen bedragen afwijken.

Wat als mijn (a.s.) ex-partner het niet eens is met (de uitkomst van) de berekening?

Over bepaalde uitgangspunten en bedragen kunnen partijen van mening verschillen. Indien gewenst kunnen meerdere varianten doorberekend worden. Indien men het niet eens kan worden zal een rechter moeten beslissen. Een verzoek moet ingediend worden via een advocaat. Deze kan de door ons gemaakte berekening gebruiken. Van belang is dat de opgenomen bedragen aannemelijk gemaakt kunnen worden.

Wat is de zorgkorting?

De zorgkorting betreft de kosten voor verblijf bij de ouder waar het kind niet het hoofdverblijf heeft. Er wordt verondersteld dat de ouder waar het kind het hoofdverblijf heeft alle 'vaste' uitgaven voor het kind doet, zoals verzekering, schoolgeld, contributie voor sport en dergelijke. De kosten van de zorgregeling worden berekend als percentage van de behoefte van het kind. De hoogte van het percentage is afhankelijk van het gemiddeld aantal dagen per week (vakanties meegerekend) dat het kind bij de alimentatieplichtige ouder verblijft:

15% bij gedeelde zorg op gemiddeld 1 dag per week
25% bij gedeelde zorg op gemiddeld 2 dagen per week
35% bij gedeelde zorg op gemiddeld 3 dagen per week.

De alimentatieplichtige ouder (de ouder waar het kind niet het hoofdverblijf heeft) betaalt kinderalimentatie als bijdrage in de kosten voor het kind. De zorgkorting vermindert de bijdrage omdat die ouder al een deel van de kosten in 'natura' voldoet op de dagen dat het kind bij hem verblijft.

Indien de draagkracht onvoldoende is om in de behoefte van het kind te voorzien wordt het tekort over de beide ouders verdeeld door de helft daarvan op de zorgkorting in mindering te brengen.

Hoe wordt gerekend bij co-ouderschap?

Voor een alimentatieberekening verstaan we onder co-ouderschap dat beide ouders de helft van de zorg voor het kind hebben. De Expertgroep Alimentatienormen maakt geen onderscheid tussen een ruime zorgregeling en co-ouderschap en beveelt in principe een zorgkorting van 35% aan, horende bij omgang van gemiddeld 3 dagen per week. Het uitgangspunt dat de ouder waar de kinderen het hoofdverblijf hebben alle uitgaven doet, behalve die samenhangen met het verblijf op de dagen bij de ander ouder, wordt daarbij aangehouden.

Bij andere afspraken over de verdeling van kosten kunnen de ouders in onderling overleg een ander zorgkortingspercentage toepassen. Ook indien de (kindgebonden) uitgaven door beide ouders gedaan worden en/of bij gebruik van een kinderrekening kunt u dit bij de aanvraag van de alimentatieberekening vermelden. In dat geval is het tevens van belang te vermelden wie van de ouders de kinderbijslag ontvangt en bij welke ouder de kinderen ingeschreven zullen staan. 

De toekomstige woonlasten zijn nog niet duidelijk, wat vul ik in?

U moet een keuze maken welke uitgangspunten gehanteerd dienen te worden. Als u een eigen woning heeft zijn er enkele mogelijkheden:

De alimentatiegerechtigde blijft in de woning en alimentatieplichtige betaalt de hypotheekrente, eigenaarslasten en eventueel aflossing en premie levensverzekering. De rente is voor alimentatieplichtige nog 2 jaar aftrekbaar in box 1, daarna wordt de woning belast in box 3.

De woning wordt verkocht, de eventuele overwaarde wordt verdeeld,

Een van beide partners wordt uitgekocht. Vaak dient hiervoor de hypotheek verhoogd te worden.

Er zal eventueel een schatting gemaakt moeten worden van de toekomstige woonlasten van (een van de) partijen.

Gaan hoge woonlasten ten koste van de alimentatie?

In een draagkrachtberekening kinderalimentatie wordt forfaitair rekening gehouden met de lasten. Voor de woonlasten is dat 30% van het netto besteedbaar inkomen.

Bij partneralimentatie wordt rekening gehouden met de werkelijke woonlasten. Wel kan een rechter bepalen dat deze bovenmatig zijn. Hij zal rekening houden met factoren als (plaatselijke) woonmarkt, functie en inkomen. Als globale vuistregel wordt veelal maximaal 30% van het inkomen aangehouden. Huijbers’ Administratiekantoor zal gewoonlijk geen korting wegens onredelijke woonlast toepassen tenzij hier om verzocht wordt.

Waarom is de kinderbijslag niet opgenomen in de berekening en wat is de Nibud tabel?

De Nibud tabel “Eigen aandeel in de kosten van kinderen” wordt als richtlijn gebruikt bij de bepaling van kinderalimentatie voor kinderen tot 18 jaar. De bedragen in deze tabel zijn gebaseerd op gemiddelde kosten van kinderen bij verschillende gezinsinkomens. Om vast te stellen wat ouders zelf bijdragen in de kosten van de kinderen wordt de kinderbijslag van de gemiddelde kosten afgetrokken. Eventuele extra kosten zoals de eigen bijdrage in de kosten kinderopvang en kosten die samenhangen met een (zware) handicap of topsport mogen bijgeteld worden. De kinderbijslag die de verzorgende ouder ontvangt is dus al verrekend in het aandeel kosten van de kinderen.

Het netto besteedbare inkomen in de berekening is niet gelijk aan mijn netto salaris, hoe kan dat?

In het traject van bruto inkomen naar netto besteedbaar inkomen worden alle inkomsten meegeteld, dus ook vakantiegeld, 13e maand ed. Verder wordt bij een draagkrachtberekening partneralimentatie het belastingvoordeel wegens fiscale aftrekposten zoals hypotheekrente meegerekend. Het netto besteedbaar inkomen valt dus in de meeste gevallen een stuk hoger uit dan het netto salaris.

Wanneer is er sprake van een vergoeding en inhouding zorgverzekeringswet?

Vanaf januari 2013 draagt de werkgever of uitkeringsinstantie de bijdrage zvw rechtstreeks af. Er is geen sprake meer van een inhouding op het loon en een vergoeding door de werkgever. Bepaalde belastingplichtigen betalen de bijdrage nog wel via een inhouding op hun uitkering of loon. Een zelfstandige en ook een alimentatie-ontvanger dient via een aanslag de inkomensafhankelijk bijdrage zvw te betalen.

Wat is het verschil tussen netto en bruto alimentatie?

Betaalde partneralimentatie is geheel aftrekbaar. De netto alimentatie wordt verhoogd met het belastingvoordeel. De alimentatieplichtige betaalt het bruto bedrag maar het “kost” hem dus uiteindelijk het netto bedrag. De alimentatiegerechtigde moet inkomstenbelasting betalen over de ontvangen partneralimentatie. Kinderalimentatie wordt niet belast.

Hoe zit het met belastingvoordeel?

Het belastingvoordeel wordt toegerekend aan alimentatiegerechtigde (zie ook de vorige vraag).

Waarom is de bijtelling van de auto van de zaak niet meegenomen?

Er wordt geen rekening met deze bijtelling gehouden omdat de belastingclaim ruimschoots wordt goedgemaakt door de besparing wegens gratis privégebruik. Een eventuele vergoeding aan de werkgever voor het gratis gebruik wordt in mindering gebracht op de bijtelling en hier wordt dan ook geen rekening mee gehouden, tenzij het om een zeer hoog bedrag gaat.

Moet mijn nieuwe partner meebetalen?

Bij de berekening van te betalen kinderalimentatie wordt geen rekening gehouden met een eventuele nieuwe partner. Een stiefouder is wel onderhoudsplichtig voor het kind van zijn/haar partner indien het kind in het gezin woont.

Bij de berekening van partneralimentatie worden, indien de nieuwe partner eigen inkomsten heeft waarmee in het levensonderhoud kan worden voorzien, de inkomsten buiten beschouwing gelaten. Wel wordt de helft van de woonlasten en andere gezamenlijke lasten aan de partner toegerekend. Als ABW-norm wordt de alleenstaande norm gehanteerd met bijbehorend draagkrachtpercentage. Wordt aannemelijk gemaakt dat de nieuwe partner niet (geheel) in het eigen onderhoud kan voorzien dan geldt de gehuwden ABW-norm, de gezamenlijke lasten worden opgenomen en het eventuele inkomen van de partner wordt bijgeteld.